Sign. - Bodemrecht


Bij beantwoording van de vraag of de Ontvanger zich voor de belastingschuld van Klein Kalfje mag verhalen op de inventaris van X, staat voorop dat de Ontvanger bij het inroepen van zijn bodemrecht de reële eigendom van derden in beginsel moet ontzien nu het hiertoe strekkende beleid in de leidraad bekend is gemaakt, waardoor X gerechtvaardigd mag vertrouwen op consequente uitvoering van het beleid. Van reële eigendom is sprake indien het gaat om zaken die zowel juridisch, als in overwegende mate economisch eigendom zijn van de derde. Van een terughoudend beleid ten aanzien van de reële eigendom van derden wordt in de regel afgezien wanneer sprake is van een (van de vijf ) uitzonderingssituatie(s) als opgesomd in art. 22.8.10 leidraad invordering 2008. Het beleid van de Ontvanger kan worden opgevat als volgt. reële eigendom van derden wordt (in beginsel) ontzien. Echter, in de vijf in art. 22.8.10 genoemde gevallen is geen sprake van (voldoende zwaarwegende) reële eigendom van een derde. Daarom is executie van de eigendom van de derde in deze vijf gevallen geïndiceerd. Wat betreft het eerste geval moet in het bijzonder worden gedacht aan bierbrouwers, die (een vergaande invloed in de onderneming van een caféhouder hebben doordat zij) inventaris ter beschikking stellen aan een café en daartegenover de afname van hun bier opleggen. Uit op het arrest van 21 maart 2007 van het Hof leeuwarden (ljN BA1380) valt af te leiden dat in het kader van art. 22.8.10 van de leidraad (eerste punt) niet alleen aan bierbrouwers, maar ook aan…

Verder lezen
Terug naar overzicht