Sign. - Boedelgemachtigde moet rekening en verantwoording afleggen over nalatenschap


X en Y zijn gerechtigd tot een nalatenschap. In 2006 is X gevolmachtigd om Y te vertegenwoordigen bij de afwikkeling van de nalatenschap. Y start een procedure tegen X, waarin onder meer rekening en verantwoording met betrekking tot de afwikkeling van de nalatenschap wordt gevorderd 'onder het overleggen van de justificatoire bescheiden'.
Volgens de rechtbank volgt uit artikel 3:173 BW dat iedere deelgenoot rekening en verantwoording kan vorderen van de deelgenoot die voor de anderen beheer heeft gevoerd. De volmacht die aan X is verstrekt, is in de verklaring van erfrecht nader gespecificeerd in die zin dat X zelfstandig bevoegd is om te beschikken over de nalatenschap. Aan deze beschikkingsbevoegdheid heeft X uitvoering gegeven door een woning van de erflater te vervreemden.
Volgens de rechtbank is artikel 3:173 BW strikt genomen niet van toepassing, omdat deze bepaling slechts ziet op beheer en niet (tevens) op beschikkingshandelingen. Beschikken over een goed is echter een verdergaande bevoegdheid dan het beheer erover. Nu bij beheer reeds rekening en verantwoording moet worden afgelegd ingevolge artikel 3:173 BW en X mede in zijn positie als gevolmachtigde van Y als enige de beschikking had over alle relevante bescheiden, nodig om de omvang van de nalatenschap te kunnen vaststellen, mag van X worden verlangd dat hij zich, gelet op hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, omtrent de behoorlijkheid van het door hem gevoerde vermogensrechtelijke beleid rechtvaardigt.
Met het door Y gevorderde overleggen van de justificatoire bescheiden dient X volgens de jurisprudentie alles te verantwoorden, dat wil zeggen dat X inzicht moet geven in de ter zake dienende ontvangsten en uitgaven op de rekening…

Terug naar overzicht