Sign. - Borg


X heeft de overeenkomst van borgtocht opgesteld nadat zij eerder bij brief van 27 juli 2005 aan de bank had medegedeeld onder welke voorwaarden zij bereid was zich borg te stellen. Deze voorwaarden zijn kennelijk door de bank geaccepteerd. De bank en X hebben niet over de redactie van de overeenkomst of over de voorwaarden waaronder X de borgstelling zou afgeven onderhandeld. Dit brengt mee dat de uitleg daarvan met name afhankelijk is van objectieve factoren, zoals de bewoordingen waarin de betreffende bepalingen van de akte van borgtocht zijn gesteld, gelezen in het licht van de akte van borgtocht als geheel en van de aan de akte van borgtocht voorafgegane brief van appellante van 27 juli 2005. De door X gestelde uitleg van art. 1 moet voor juist worden gehouden. in art. 1 is vermeld dat op grond van de kredietovereenkomst aan de hoofdschuldenaar kredietfaciliteiten zijn verstrekt ten bedrage van € 80.000. Daarmee kan bezwaarlijk iets anders zijn bedoeld dan de vijfjarige geldlening waarvan de hoofdsom gelijk is aan € 80.000. Daarbij komt dat in art. 3 van de akte van borgtocht is voorzien in een maandelijkse verlaging van het bedrag van de borgstelling met € 1.000 per maand hetgeen, gezien het maximale bedrag van de borgstelling van € 60.000, betekent dat de duur van de borgstelling is beperkt tot maximaal vijf jaren, hetgeen weer overeenkomt met de duur van de geldlening die de bank met de hoofdschuldenaar is aangegaan. in art. 3 is vermeld dat deze vermindering - de maandelijkse verlaging van het bedrag van de borgstelling met € 1.000 - parallel geschiedt met de overeengekomen vermindering…

Verder lezen
Terug naar overzicht