Sign. - Borg als voorwaardelijk schuldeiser ontvankelijk


Appellante kwalificeert als schuldeiser van failliet. Bij gebreke van andersluidende afspraken ontstaat op het moment van het aangaan van de borgtochtverplichtingen een voorwaardelijke regresvordering. Ook een voorwaardelijke schuldeiser kan zich op grond van art. 69 Fw tot de rechtercommissaris wenden. Verder geldt dat het verzoek van appellante (mede) is gedaan om op te komen voor belangen die zij in haar hoedanigheid van schuldeiser heeft bij de wijze waarop het beheer en de vereffening plaatsvindt. De curator is mede in het belang van appellante als voorwaardelijke schuldeiser van failliet aangesteld. Die belangen van appellante omvatten onder andere het belang dat zij niet wordt aangesproken tot een hoger bedrag dan het bedrag dat failliet aan Bouwfonds verschuldigd zou zijn. Bij het beheer en de vereffening van de boedel dient de curator dit belang mede te betrekken. Hiermee laat zich minder goed verenigen dat appellante zich niet tot de rechter-commissaris zou kunnen wenden met een verzoek de curator een bevel ex art. 69 Fw te geven indien dit bevel dit belang kan dienen. Dat geldt te meer nu het verzoek van appellante er tevens toe strekt enerzijds haar (regres)vordering op de boedel te verminderen en anderzijds het te gelde maken van een mogelijke bate te bewerkstelligen. (Rb. Rotterdam 7 juli 2010, LJN BN4537, «JOR» 2011/197)

Verder lezen
Terug naar overzicht