Sign. - Buitenlandse rekening en terugbetalingsverplichting


failliet is op 20 september 2006 failliet verklaard. Hij hield met zijn echtgenote een rekening aan bij de Raiffeisenbank in Oostenrijk. Op deze rekening zijn in september en oktober 2006 (deels voor en deels na de faillissementdatum) gelden gestort. Vervolgens is in november 2006 € 250.000 van deze rekening overgemaakt naar de bankrekening van appellante in Nederland. Deze overboeking tijdens het faillissement is – voor zover deze betrekking heeft op gelden van failliet, zoals door de curator gesteld – een voor het geheel van schuldeisers nadelige rechtshandeling (art. 4 lid 2 aanhef en onder m IVO), zodat Nederlands recht van toepassing is. De bedragen zijn in opdracht van failliet (in zijn hoedanigheid van bestuurder van Super Beheer) naar de Oostenrijkse bank overgemaakt. De rechtbank stelt vast dat de overboeking niets te maken heeft met een tussen de failliet en zijn echtgenote gesloten overeenkomst van geldlening. Volgens appellante zou alleen terugstorting op de gezamenlijke rekening van failliet en zijn echtgenote in Oostenrijk kunnen worden verlangd. De grief faalt. Het bedrag van € 900.000 is door failliet op de rekening in Oostenrijk is gestort, en vervolgens is in zijn opdracht van die rekening € 250.000 overgemaakt op de rekening van appellante. Waar volgens failliet geen huwelijksgemeenschap bestaat tussen hem en zijn echtgenote, was failliet hoe dan ook als enige gerechtigd tot het in zijn opdracht aan appellante overgemaakte bedrag. Het bedrag van € 900.000 was immers gestort ten laste van zijn rekening-courant bij Super Beheer, zodat (aangezien tussen failliet en zijn echtgenote geen huwelijksgemeenschap bestond) niet de echtgenote maar alleen failliet zelf daarop…

Verder lezen
Terug naar overzicht