Sign. - Cartesio, drie jaar later ...


De auteurs bespreken de mogelijkheden voor het verplaatsen van een vennootschapszetel van een Nederlandse vennootschap naar het buitenland sinds de uitspraak van het HvJEU inzake Cartesio (C-210/06). Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen grensoverschrijdende verplaatsingen van de statutaire zetel en de werkelijke zetel (oftewel het hoofdbestuur). De auteurs geven aan dat sinds het Cartesio arrest diverse naar Nederlands recht opgerichte vennootschappen hun statutaire zetel hebben verplaatst naar andere lidstaten van de EU. De auteurs beschrijven de civielrechtelijke gevolgen van dergelijke verplaatsingen naar lidstaten met enerzijds een werkelijke zetelstelsel en anderzijds een incorporatiestelsel. Daarnaast bespreken de auteurs de fiscale ontwikkelingen met betrekking tot de verplaatsing van de werkelijke zetel van een vennootschap naar een andere EU-lidstaat. Daarbij komt het recent gewezen arrest van het HvJEU inzake National grid indus (C-371/10) aan bod. Tot slot bespreken de auteurs enkele regelingen uit andere lidstaten als alternatief voor de Nederlandse regeling voor exitheffingen van art. 15c Wet Vpb 1969. (WFR 2012, nr. 6935, J.W. Bellingwout en M. Koerts)

Verder lezen
Terug naar overzicht