Sign. - Centrum van voornaamste belangen


Het centrum van de voornaamste belangen van een schuldplichtige vennootschap moet ingevolge art. 3 lid 1 tweede volzin IVO worden vastgesteld door voorrang te geven aan de plaats van het hoofdbestuur van de vennootschap/schuldplichtige zoals die aan de hand van objectieve en voor derden verifieerbare gegevens kan worden bepaald. Indien de bestuurs- en toezichtorganen van een vennootschap zich op de plaats van haar statutaire zetel bevinden en de bestuursbesluiten van deze vennootschap op voor derden verifieerbare wijze op die plaats worden genomen, kan het vermoeden van die bepaling niet worden weerlegd. Indien de plaats van het hoofdbestuur van een vennootschap zich niet op de plaats van haar statutaire zetel bevindt, kunnen de aanwezigheid van vermogensbestanddelen van de vennootschap in een andere lidstaat dan die van de statutaire zetel van deze vennootschap en het aldaar bestaan van overeenkomsten met betrekking tot de financiële exploitatie van die vermogensbestanddelen slechts volstaan voor de weerlegging van dat vermoeden, wanneer uit een integrale beoordeling van alle relevante factoren op een voor derden verifieerbare wijze blijkt dat het werkelijke centrum van bestuur en toezicht van deze vennootschap en van het beheer over haar belangen zich in die andere lidstaat bevindt. Wanneer de statutaire zetel van een schuldplichtige vennootschap vóór indiening van een verzoek tot opening van een insolventieprocedure is verplaatst, wordt het centrum van de voornaamste belangen van de vennootschap vermoed de plaats van haar nieuwe statutaire zetel te zijn. Aangezien de aanwezigheid van een vestiging op het grondgebied van een lidstaat overeenkomstig art. 3 lid 2 IVO inhoudt dat de rechters van die lidstaat bevoegd zijn om een secundaire insolventieprocedure ten aanzien van de schuldenaar te openen, dient te worden geoordeeld dat, om de rechtszekerheid…

Verder lezen
Terug naar overzicht