Sign. - Collectief belang en homogeniteit


De curator van het gefailleerde poppodium Watt spreekt de Gemeente Rotterdam aan namens de gezamenlijke schuldeisers. Hiertoe is de curator gegeven de uit art. 68 lid 1 Fw gegeven opdracht tot beheer en vereffening van de boedel bevoegd. Een selectieve behartiging van de belangen van een bepaalde groep schuldeisers valt buiten de grenzen van deze bevoegdheid. Er moet sprake zijn van een zekere mate van homogeniteit van de positie van de schuldeisers. Waar op voorhand moet worden vastgesteld dat binnen de totale groep van schuldeisers in zodanige mate sprake is van verschillen dat het aan de derde verweten gedrag niet onrechtmatig kan zijn jegens een bepaalde deelgroep van die schuldeisers, kan niet meer van benadeling van de gezamenlijke schuldeisers worden gesproken. Dat betekent op zichzelf niet dat de individuele positie van elk der schuldeisers moet worden onderzocht. Het collectieve belang en de vereiste homogeniteit moet in voldoende mate kunnen worden vastgesteld. Dat slaagt in casu niet. Op de lijsten met vorderingen in de twee faillissementen komen onder andere (aanzienlijke) vorderingen voor van Batenburg en Grolsch. Zij waren partij bij het onderhandelaarsakkoord, met de totstandkoming waarvan zij zich intensief hebben bemoeid. Ook waren zij betrokken bij de onderhandelingen over het tweede onderhandelaars akkoord. Zij waren derhalve op de hoogte van de situatie als geheel en van de risico's van de voor Watt gekozen constructie. Zij zijn niettemin met die constructie akkoord gegaan, zodat niet valt in te zien dat de gemeente jegens hen onrechtmatig zou hebben gehandeld met de keuze voor deze constructie. Bovendien kan van hen niet worden gezegd dat zij er gerechtvaardigd op hebben vertrouwd dat de gemeente de financiering op dezelfde voet…

Verder lezen
Terug naar overzicht