Sign. - Commissie van schuldeisers


De benoeming van een commissie van schuldeisers ex art. 74 fw is mogelijk indien de belangrijkheid of de aard van de boedel hiertoe aanleiding geeft. Het gaat hier om een overzichtelijk faillissement van een sportschool met één concurrente crediteur – verzoekster – en zeer beperkte boedelschulden. Er zijn geen onderwerpen waarover de curator mogelijk geadviseerd zou moeten worden. Voor de boedel wordt geen meerwaarde gezien in een advisering aan de curator door verzoekster over een mogelijke bestuurdersaansprakelijkheid. De curator heeft verklaard dat zij naar de aansprakelijkheid van de bestuurders onderzoek heeft gedaan en dat zij hiervoor onvoldoende grond ziet. Er zijn geen gronden eraan te twijfelen dat de curator over voldoende kennis en ervaring beschikt over een eventuele bestuurdersaansprakelijkheid een zelfstandig oordeel te vormen; verzoekster stelt dit ook niet. Onder deze omstandigheden is voor de benoeming van een commissie van schuldeisers geen grond. gebleken is dat verzoekster als lid van de commissie van schuldeisers zelf onderzoek wil plegen in de administratie van failliet om te achterhalen of zij aldus informatie kan verkrijgen ter onderbouwing van haar vermoeden dat de bestuurders onrechtmatig jegens haar hebben gehandeld door middel van selectieve betalingen. Hiervoor is het middel van een commissie van schuldeisers echter niet bedoeld. Deze is bedoeld om het belang van de gezamenlijke schuldeisers te dienen. Het is geen middel voor een individuele schuldeiser om louter in haar eigen belang materiaal jegens derden in bezit te krijgen. Dat verzoekster de enige concurrente schuldeiser en een belangrijke boedelschuldeiser is, maakt dit niet anders. (Rb. Rotterdam 8 juni 2012, LJN BW8329, «JOR» 2013/146)

Verder lezen
Terug naar overzicht