Sign. - Concernbelang niet doorslaggevend


Van Ommen en Thewessen (Van Ommen c.s.) vormden de RvC van Euro american International BV (EaI), de moedervennootschap van het Ea-concern. Zij hebben zich na het plotseling overlijden van de statutair bestuurder van EaI in september 2007 opgesteld als feitelijk leidinggevende en/of beleidsbepaler van Ea HRF IV BV (de bv) en Ea HRF IV CV (de cv), twee vennootschappen die tot het Ea-concern behoorden. De bv was beherend vennoot van de cv. Op 26 november 2007 is door Van Ommen een aan de cv toebehorend onroerend goed verkocht aan een derde. Dit onroerend goed was het enig actief van de cv (en de bv). De gehele opbrengst van de verkoop is aan de tussenholding Euro american Investors Group BV (EaIG) uitgekeerd en niet behouden voor de bv of cv. Dit laat geen andere slotsom toe dan dat er zonder de opbrengst van het onroerend goed geen middelen waren om schulden van de cv (en daarmee de bv) te voldoen. Nu sprake was van schuldeisers, was daarmee het faillissement onafwendbaar, tenzij er voor het gehele concern een allesomvattende redding zou worden verwezenlijkt. Er bestond geen titel om de opbrengst van het onroerend goed geheel of ten dele aan de tussenholding EaIG ten goede te laten komen. Het standpunt van Van Ommen c.s. dat de transactie voor de cv (en de bv) neutraal was omdat tegenover de uitbetaling van de opbrengst van het onroerend goed een vordering op EaIG ontstond, moet worden verworpen, nu EaIG liquiditeitsproblemen had en Van Ommen c.s. wist dat EaIG de…

Verder lezen
Terug naar overzicht