Sign. - Concurrentiebeding en wijziging van functie


In deze zaak is er bij werknemer sprake van twee functiewijzigingen vanaf moment van indiensttreding. De voorzieningenrechter oordeelt hieromtrent dat vooral de tweede functiewijziging een ingrijpende wijziging is geweest, gezien het feit dat werknemer daarbij een deel van zijn takenpakket heeft moeten opgeven. Dit is voor werknemer één van de redenen geweest om naar een andere werkgever over te stappen. Voorts oordeelt de voorzieningenrechter dat het concurrentiebeding (overeengekomen bij indiensttreding) door de functiewijzigingen zwaarder is gaan drukken. De voorzieningenrechter is van mening dat bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst en het concurrentiebeding in 2003 redelijkerwijze niet te voorzien was dat de arbeidsverhoudingen tussen partijen in dusdanige mate zouden veranderen. Kijkend naar het voorgaande, het niveau van de laatste twee functies die werknemer heeft bekleed en het bijbehorende salaris, maakt dat het concurrentiebeding bij handhaving een belemmering vormt om een nieuwe, gelijkwaardige werkkring te vinden. Juist om deze reden stelt art. 7:653 BW de eis dat partijen bij een wijziging in de arbeidsverhouding opnieuw schriftelijk het concurrentiebeding moeten aangaan. Op grond van de thans beschikbare gegevens en omstandigheden acht de voorzieningenrechter het aannemelijk dat de rechter in de bodemprocedure zal oordelen dat het concurrentiebeding zijn geldigheid heeft verloren. De vorderingen van werkgever worden dan ook afgewezen.

(Vzngr. Rb. Arnhem 19 februari 2009, LJN BH5957) 

(Vzngr. Rb. Arnhem 19 februari 2009, LJN BH5957)

Verder lezen
Terug naar overzicht