Sign. - Curator moeder niet bevoegd faillissement dochter aan te vragen


Door het failleren van een rechtspersoon gaat noch de handelingsbevoegdheid, noch de vertegenwoordigingsbevoegdheid van haar bestuur teloor. De schuldenaar verliest slechts de beschikking en het beheer over zijn tot het faillissement behorend vermogen. Hiermee is de curator belast. De curator in het faillissement van een moedermaatschappij is op grond van art. 68 Fw bevoegd de rechten uit te oefenen die zijn verbonden aan de onder zijn beheer vallende aandelen in een dochtermaatschappij indien en voor zover zulks past bij een goed beheer van de boedel en daarmee vermogensrechtelijke belangen van de boedel worden gediend. In beginsel is het aan het bestuur, als vertegenwoordiger van de vennootschap, om te beslissen over het aanvragen van het eigen faillissement van de vennootschap. Het bestuur is zonder opdracht van de ava niet bevoegd aangifte te doen tot faillietverklaring. Dat betekent echter niet dat, wanneer in de statuten te dien aanzien niet anders is bepaald, de ava bevoegd is met voorbijgaan aan het bestuur te besluiten tot het aanvragen van het eigen faillissement. Uit het feit dat BCCH alle aandelen in Hama Rent houdt, vloeit dus nog niet het recht voort om het faillissement van Hama Rent aan te vragen. Dat BCCH ook bestuurder van Hama Rent is, maakt dat niet anders. Het uitoefenen van de bestuurstaak bij een dochtermaatschappij kan immers (in beginsel) niet tot het beheer over het vermogen van een moedermaatschappij worden gerekend. Het bestuur van BCCH bleef derhalve bevoegd om de bestuurstaak bij Hama Rent te verrichten. Weliswaar komt de curator het stemrecht op de aandelen in Hama Rent toe (in zoverre de uitoefening daarvan past bij een goed beheer van de boedel van…

Verder lezen
Terug naar overzicht