Sign. - De duurzaamheid van belastingplanning


De auteur onderzoekt de mogelijkheden en onmogelijkheden om ongewenste belastingplanning tegen te gaan. Hij begint met het onderwerp transfer pricing. Hier is het arm's lengthbeginsel leidend in duizenden bilaterale belastingverdragen als criterium voor de verdeling van winst tussen groepsvennootschappen, en tussen vaste inrichtingen en overige delen van de onderneming. Voor immateriële activa lijkt de OESO de grenzen van het arm's lengthbeginsel te gaan overschrijden in de strijd tegen base erosion and profit shifting. Vervolgens bespreekt de auteur het onderwerp winstdrainage, het uithollen van de belastinggrondslag door rente en andere betalingen. De auteur voorspelt dat coördinatie van regels op dit vlak moeizaam zal zijn, omdat aftrekbeperkingen relatief schadelijk zijn voor het investeringsklimaat van een staat. Daarna gaat de auteur kort in op het onderwerp belastingconcurrentie. Vervolgens bespreekt hij de groeiende weerzin tegen mismatches. In dit kader komt de Europese Commissie met een voorstel voor aanpassingen van de MoederDochterrichtlijn. Voorts zal de OESO naar verwachting in september 2014 het OESOModelverdrag wijzigen voor hybride instrumenten en hybride entiteiten, en tevens aanbevelingen doen om linking rules in nationale wetgeving op te nemen. Over het onderwerp verdragen en bronheffingen merkt de auteur op dat uitbreiding van de substanceeisen kan bijdragen aan de internationale waardering voor het Nederlandse belastingstelsel en de bereidheid om verdragen met Nederland af te sluiten. Tot slot bespreekt de auteur het onderwerp transparantie, waarbij hij ingaat op de uitwisseling van inlichtingen tussen staten, informatieverplichtingen van ondernemingen, en publicatievoorschriften van ondernemingen (country-by-country reporting).
(NTFR 2013/1779, O.C.R. Marres)

Verder lezen
Terug naar overzicht