Sign. - De ‘getroffen voorziening' van art. 7:681 BW


Bij de beoordeling of een opzegging van de arbeidsovereenkomst kennelijk onredelijk is op grond van het lsquogevolgencriterium' van art. 7:681 BW worden de voor de werknemer getroffen voorzieningen mede in aanmerking genomen. De vraag rijst wanneer er sprake is van een getroffen voorziening. Is voldoende dat de werkgever een vergoeding aanbiedt of moet deze daadwerkelijk worden betaald? En wat geldt er als het aanbod van de werkgever vervalt omdat het niet binnen de gestelde termijn wordt aanvaard, of door de werkgever wordt ingetrokken? De auteur bespreekt deze vragen aan de hand van het KLM/Van Dam-arrest uit 1975 (HR, NJ 1975, 496), het Van Dokkum/Mercedes Benz-arrest uit 1983 (HR, NJ 1984, 150) en recente rechtspraak. De auteur trekt de conclusie dat een aanbod dat niet gelijktijdig met de opzegging wordt gedaan (bijvoorbeeld tijdens eerdere schikkingsonderhandelingen) niet wordt aangemerkt als getroffen voorziening in de zin van art. 7:681 lid BW. Het tijdstip waarop het aanbod wordt gedaan is doorslaggevend. Een aanbod dat tegelijk met de opzegging wordt gedaan of een aanbod dat op dat moment geldig is, wordt (op grond van het KLM/Van Dam-arrest) wel als getroffen voorziening beschouwd. De werkgever blijft aan dit aanbod gebonden tot dat de rechter hierover een oordeel heeft geveld in een kennelijk onredelijk ontslagprocedure. In de situatie dat de werkgever voor het ontslag een vergoeding heeft aangeboden en dit aanbod door de werknemer is afgeslagen, dient de rechter hiermee in een procedure ex art. 7:681 BW geen rekening te houden. Niet elke rechter denkt…

Verder lezen
Terug naar overzicht