Sign. - De gevolgen van de AIFMD voor de aandeelhouderseisen van de FBI


De auteurs behandelen de aandeelhoudereisen die de regeling voor de fiscale beleggingsinstelling (fBI) stelt. Zij richten zich eerst op de twee soorten aandeelhouderseisen zoals die golden tot en met 21 juli 2013, de gewone aandeelhouderseisen (art. 28(2)(d) Wet Vpb) en de lichtere aandeelhouderseisen (art. 28(2)(c) Wet Vpb). Vervolgens gaan zij in op de achtergronden van de aandeelhouderseisen voor de fBI, met name op de lichtere aandeelhouderseisen die gelden voor gereguleerde fBI. Per 22 juli 2013 heeft de wetgever de richtlijn voor beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen (aBIrichtlijn) geïmplementeerd, die als doel heeft de beheerder van een aBI onder toezicht te doen stellen. De auteurs signaleren een materiële wijziging voor de lichtere aandeelhouderseisen voor fBI's. Beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen dienen nu in beginsel over een vergunning op de voet van art. 2:65 Wft te beschikken. Een Nederlandse beheerder van een alternatieve beleggingsinstelling dient nu altijd over een vergunning op grond van genoemd artikel te beschikken om de beleggingsinstelling in aanmerking te laten komen voor de lichtere aandeelhouderseisen. De auteurs concluderen dat door de wijziging van de aandeelhouderseisen meer beleggingsinstellingen voldoen aan de lichtere aandeelhouderseisen. (WFR 2013/7013, H. Vermeulen en J.H. Elink Schuurman)

Verder lezen
Terug naar overzicht