Sign. - De grensoverschrijdende omzetting: fiscaal al geregeld?


De auteur beschrijft de civiel- en fiscaalrechtelijke mogelijkheden tot (grensoverschrijdende) omzettingen van rechtspersonen. Hij geeft aan dat civielrechtelijk de grensoverschrijdende omzetting (nog) niet is geregeld in art. 2:18 BW. Daardoor ontstaat ook fiscaal een lacune. Een binnenlandse omzetting krachtens art. 2:18 BW wordt bij fiscale wetsfictie aangemerkt als een samenstel van een liquidatieuitkering gevolgd door een inbreng van het vermogen van de bij omzetting betrokken rechtspersoon ex art. 28a Wet Vpb 1969. Deze fictie geldt tevens voor de heffing van inkomstenbelasting en dividendbelasting maar verwijst echter expliciet naar art. 2:18 BW, waardoor de auteur van mening is dat deze fictie niet van toepassing is op (grensoverschrijdende) omzettingen in rechtsvormen welke niet worden genoemd in art. 2:18 BW. De omzetting in een buitenlandse rechtsvorm zou volgens de auteur dan ook niet tot heffing moeten leiden indien de vennootschap feitelijk in Nederland gevestigd blijft. (WFR 2012, nr. 6935, G.C.F. van Gelder)

Verder lezen
Terug naar overzicht