Sign. - De OR en het enquêterecht; van SKON tot AHAM


Eind 2008 maakt de personeelsvertegenwoordiging (PVT) van AHAM gebruik van een haar bij ondernemingsovereenkomst toegekende enquêterecht. Deze zaak (OK 10 december 2008, «JAR» 2009/14) betreft de vierde keer (eerder: OK 1 maart 2005, «JOR» 2005/87 (SKON), OK 5 oktober 2005, «JOR» 2005/296 (Smit Transformatoren) en OK 5 augustus 2008, RO 2008, 79 (Sijthoff Planetarium)) dat een medezeggenschapsorgaan met succes een enquêteprocedure entameert. Naar aanleiding van deze jurisprudentie onderzoekt de auteur in deze bijdrage in hoeverre de OR of PVT gebruik kan maken van het enquêterecht en welke mogelijkheden dit biedt voor medezeggenschapsorgaan, bestuur(der) en vennootschap. De auteur concludeert dat de AHAM-zaak heeft geleid tot vernieuwde mogelijkheden voor medezeggenschapsorgaan, vennootschap en bestuurder. Niet-ontvankelijkheid van het medezeggenschapsorgaan wordt niet snel (meer) aangenomen. Het enquêterecht geeft het medezeggenschapsorgaan meer vergaande bevoegdheden dan de WOR nu ook het beleid van aandeelhouders in rechte kan worden getoetst. Uit de rechtspraak leidt de auteur af dat medezeggenschapsorganen behoefte hebben aan het enquêterecht. Zij pleit daarom voor een heroverweging van de vraag of de OR een wettelijk enquêterecht moet toekomen. (ArA 2009, 1, p. 38-53, I. Zaal)

Verder lezen
Terug naar overzicht