Sign. - De Shell-Nigeria zaak: de eerste Nederlandse foreign direct liability-zaak voor de civiele rechter


De schrijfster bespreekt de uitspraak die de Rechtbank Den Haag op 30 januari 2013 deed in de Shell-Nigeria zaak («JOR» 2013/162). Niet de moedervennootschappen maar alleen de Nigeriaanse vennootschap van het Shell-concern is civielrechtelijk aansprakelijk voor de olieverontreiniging in 2006 en 2007 in Nigeria. Op een aantal punten die kenmerkend zijn voor foreign direct liability-zaken heeft de rechtbank een antwoord gegeven: internationale rechtsmacht, toepasselijk recht, zorgplicht en aansprakelijkheid van moedervennootschappen jegens derden, en de ontvankelijkheid van organisaties die de belangen van benadeelden en algemene belangen behartigen. De schrijfster bespreekt achtereenvolgens deze punten. Ook gaat zij in op een aantal zaakoverstijgende bijzonderheden om zo antwoord te kunnen geven op de vraag wat het resultaat zou zijn geweest indien Nederlands recht van toepassing zou zijn geweest. Ook gaat zij in op de mogelijkheid de exhibitieplicht naar Engels (disclosure) model te verruimen.

(TvOB 2013, nr. 3, p. 71, mr. dr. M.J.C. van der Heijden)

 

Verder lezen
Terug naar overzicht