Sign. - De vennootschap onder firma en bescherming van eigendom door art. 1 Eerste Protocol EVRM


De schrijfster bespreekt de vraag of een Nederlandse vennootschap onder firma zelfstandig als slachtoffer kan opkomen bij het EHRM in de zin van art. 34 EVRM. Daarbij besteedt zij bijzondere aandacht aan de 'bescherming van eigendom' ex art. 1 Eerste Protocol bij het EVRM, nu vennootschappelijke goederen cruciaal kunnen zijn voor het exploiteren van de vennootschap. Zij komt tot de conclusie dat de vennootschap onder firma als organisatie kan kwalificeren als slachtoffer in de zin van art. 34 EVRM indien zij direct en daadwerkelijk is geraakt door een schending van haar verdragsrechten. Dat de vennootschap onder firma geen rechtspersoonlijkheid heeft en daarom strikt gezegd geen rechthebbende is van de vennootschappelijke goederen, is voor het EHRM niet relevant. Doorslaggevend is het feit dat de vennootschap de goederen feitelijk beheerst. De goederen zijn afgescheiden van de privévermogens van de vennoten en ondergeschikt aan het doel van de vennootschap. Wat betreft de vraag of ook de afzonderlijke vennoot naast of in de plaats van de vennootschap kan ageren, geldt naar haar oordeel dat dit slechts in bijzondere omstandigheden kan.

(Ondernemingsrecht 2013, 26, mr. P.P.D. Mathey-Bal)

 

Verder lezen
Terug naar overzicht