Sign. - Deelnemingsvrijstelling van toepassing op Australische preferente aandelen


Belanghebbende, een Nederlandse NV, heeft een (indirect) belang in een Australische Limited. Tot dit belang behoren aandelen met onder andere de volgende kenmerken: (i) een jaarlijkse cumulatieve vergoeding; (ii) voorrang boven gewone aandelen bij de (terug)betaling van (vergoedingen op) de hoofdsom; (iii) aflossing op ieder moment mogelijk, doch uiterlijk na tien jaar; en (iv) geen stemrecht, behalve bij bedrijfsbeëindiging of ten aanzien van besluiten die invloed hebben op de rechten van de aandelen zelf. Belanghebbende heeft in haar aangifte vennootschapsbelasting de bate op deze aandelen aangemerkt als (vrijgesteld) deelnemingsdividend. De inspecteur en Rechtbank Haarlem zijn echter van mening dat de aandelen kwalificeren als vreemd vermogen en er aldus sprake is van een (belastbare) financieringsbate. Hof Amsterdam oordeelt dat de aandelen kwalificeren voor toepassing van de deelnemingsvrijstelling. Daarbij overweegt het hof dat de aandelen in voldoende mate vergelijkbaar zijn met preferente aandelen zoals die (ook) door Nederlandse vennootschappen kunnen worden uitgegeven. Het hof acht niet van belang dat de aandelen naar zowel Australisch als Nederlands jaarrekeningrecht als vreemd vermogen worden gekwalificeerd en de kosten in Australië aftrekbaar zijn.
(Hof Amsterdam 7 juni 2012, nr. 11/00174)

Verder lezen
Terug naar overzicht