Sign. - Depositokas


Het onderhavige geschil moet niet goederenrechtelijk worden benaderd in die zin dat aangenomen moet worden dat X rechthebbende/ bezitter is (gebleven) van de gelden die onder de Depositokas zijn gestort. Daarvoor is immers vereist dat een zekere individualisering heeft plaatsgevonden waaruit blijkt welke individueel bepaalde zaak zij opvordert. Nu de gelden giraal zijn overgemaakt dan wel per postmandaat zijn gestort op derdenrekening van mr. S en de gelden vervolgens zijn doorgestort naar de Depositokas, is van individualisatie geen sprake. ten gevolge van de storting van de gelden in de Depositokas is derhalve een vordering (tot terugbetaling) op de Depositokas ontstaan indien en voor zover X deze gelden zonder rechtsgrond heeft betaald. De ontvanger heeft terecht het verweer gevoerd dat, indien X meent rechthebbende op de gestorte gelden te zijn, zij zich met een vordering tot terugbetaling tot de Depositokas had moeten wenden. De vorderingen jegens de ontvanger, gebaseerd op het maken van inbreuk op het eigendomsrecht van X zijn daarom, bij gebreke van feitelijke grondslag, niet voor toewijzing vatbaar. Indien en voor zover X heeft bedoeld aan haar vordering wegens onrechtmatige daad naast inbreuk op haar eigendomsrecht tevens ten grondslag te leggen dat de ontvanger door het niet afdragen van het ontvangen bedrag onzorgvuldig jegens haar heeft gehandeld, zou dit evenmin tot toewijzing van de vordering kunnen leiden. De ontvanger heeft immers uiteengezet dat de beslaglegger ingevolge het Belgisch wetssysteem (dat in zoverre gelijk is aan het Nederlands systeem) mag afgaan op de verklaring van de derdebeslagene en dat, indien uit die verklaring blijkt van een vordering van de beslagdebiteur op de derdebeslagene – hetgeen in casu het geval is – de…

Verder lezen
Terug naar overzicht