Sign. - Discriminatie op grond van handicap Wsw-werknemer?


Werkgever geeft voor een aantal gemeenten uitvoering aan de Wsw. Werknemer is bij de werkgever werkzaam geweest in de functie van lsquoHandlanger' op basis van drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. De derde arbeidsovereenkomst is niet verlengd, omdat werknemer volgens werkgever door zijn fysieke beperkingen niet in staat is zijn functie uit te oefenen. De CGB heeft geoordeeld dat werkgever hiermee ongeoorloofd onderscheid heeft gemaakt op grond van handicap/chronische ziekte. De kantonrechter heeft dit oordeel gevolgd. Het hof stelt in hoger beroep vast dat werknemer een arbeidshandicap heeft in de zin van de WGBH/CZ. Uitgangspunt is volgens het hof dat eerst sprake kan zijn van onderscheid in de zin van deze wet als vaststaat dat de werknemer geschikt is voor de functie lsquoHandlanger' in de zin van bekwaam, in staat en beschikbaar om de essentiële taken van die functie uit te voeren, rekening houdend met de verplichting van werkgever om in redelijke aanpassingen voor gehandicapten te voorzien. Het hof komt na een uitvoerige behandeling van de in het geding gebrachte stukken tot de conclusie dat van geschiktheid in vorenbedoelde zin geen sprake is. Verder verwerpt het hof de stelling van de werknemer dat hij zijn eigen tempo moet kunnen bepalen en dat hij het werk dan wel kan doen. De verplichting om te voorzien in redelijke aanpassingen voor gehandicapten gaat namelijk niet zo ver dat van de werkgever kan worden gevergd dat hij de werknemer de door hem beoogde vrijheid laat. Een en ander betekent dat de werkgever niet gehouden was de arbeidsovereenkomst van de werknemer te verlengen en dat geen onderscheid op grond van handicap is gemaakt.

(Hof 's-Hertogenbosch 15 maart…

Verder lezen
Terug naar overzicht