Sign. - Documentair krediet en toepasselijk recht


Solvochem heeft in 1989 en 1990 goederen verkocht aan Iraakse afnemers onder documentair accreditief. In opdracht van deze kopers heeft Rasheed Bank ten behoeve van Solvochem zes onherroepelijke documentaire accreditieven geopend (L/C 1 tot en met L/C 6), onder toepassing van de Uniform Customs and Practice (1983 Revision) International Chamber of Commerce Publication No 400 (UCP 400). Solvochem vordert dat de bank wordt veroordeeld tot betaling van $ 3.962.230,30, nu de bank, ondanks het op de juiste wijze indienen bij haar van de in de L/C's genoemde documenten en het daarmee ontstaan van een betalingsverplichting, niet is overgegaan tot (volledige) betaling. De bank heeft zich daartegen onder andere verweerd met een beroep op het niet tijdig en volledig presenteren van de vereiste documenten, op een overeengekomen verlaging van het maximumbedrag van L/C 1 en op verjaring van de vordering op grond van Nederlands recht met betrekking tot alle L/C's. De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van het hof dat alle L/C's kasaccreditieven zijn en geen acceptatie- of negotiatiekredieten, niet onbegrijpelijk is. Vraag is vervolgens of Solvochem al dan niet een (stilzwijgende) rechtskeuze voor Nederlands recht heeft gemaakt. Het oordeel van het hof dat uit de stukken van het geding onvoldoende blijkt dat Solvochem (stilzwijgend) heeft ingestemd met een keuze voor Nederlands recht, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Daarbij moet in aanmerking worden genomen dat van een stilzwijgende rechtskeuze slechts sprake kan zijn als deze blijkt uit concrete omstandigheden die…

Verder lezen
Terug naar overzicht