Sign. - Door securitisatie gaat vordering niet teniet


 

In de kern genomen komt de securitisatie erop neer dat de bank de vordering op eisers heeft overgedragen aan de stichting en dat de bank daarvoor een koopprijs heeft ontvangen. Op dat moment is de vordering op eisers uit het vermogen van de bank verdwenen; hiervoor is de (door de stichting betaalde) koopprijs in de plaats gekomen. Dat die vordering op eisers uit het vermogen van de bank is verdwenen, betekent uiteraard niet dat de vordering zelf is tenietgegaan en dat eisers niets meer hoeven te betalen. De vordering op eisers is met de cessie terechtgekomen in het vermogen van de stichting, die daarmee de schuldeiser van de vordering werd. Dat de stichting de koopprijs heeft gefinancierd door het uitgeven van notes, brengt evenmin mee dat de vordering op eisers is tenietgegaan. Het komt er in feite op neer dat de stichting zelf een lening heeft moeten afsluiten om de vordering uit hoofde van de tussen de bank en eisers gesloten geldleningovereenkomst te kunnen kopen. Daar staan eisers echter buiten. Nu sprake was van een stille cessie (art. 3:94 lid 3 BW), konden eisers bevrijdend blijven betalen aan de bank en dat is thans nog immer het geval, nu de securitisatie ongedaan is gemaakt en de bank zelf weer rechthebbende is van de vordering op eisers. Voor zover uit het betoog van eisers moet worden begrepen dat zij niet met een andere schuldeiser geconfronteerd willen worden dan de bank, faalt dit betoog reeds bij gebrek aan belang, nu zij tot nu toe niet met een andere schuldeiser dan de bank zijn geconfronteerd. Vernietiging of ontbinding van de met de bank gesloten…

Verder lezen
Terug naar overzicht