Sign. - Double listing Via Net.works


De in de onderdelen naar voren gebrachte klachten nodigen in wezen uit tot een integrale herbeoordeling van het geschil zoals dat aan de rechtbank en het hof is voorgelegd. Daarvoor is in cassatie geen plaats. Alle klachten worden, merendeels met toepassing van art. 81 RO, verworpen. Het hof is tot het oordeel gekomen dat slechts die vorderingen aan de Stichting zijn overgedragen die berusten op de stelling dat de cederende koper van aandelen Via Net schade heeft geleden als gevolg van de niet gelijktijdige notering op 11 februari 2000 van het aandeel Via Net op AEX en Nasdaq. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting aangaande de bij de uitleg van de cessieakte te hanteren maatstaf en kan voor het overige als van feitelijke aard in cassatie niet op juistheid worden onderzocht. Nadere motivering behoefde dat oordeel niet. Het hof oordeelde dat het op de markt brengen van de 35.000 aandelen uit de free retention, ten einde tot koersvorming te komen waartegen handel mogelijk zou zijn, niet onrechtmatig was, in aanmerking genomen dat a) de beleggers na aanvang van de handel in aandelen Via Net (waarmee kennelijk wordt bedoeld: nadat de commissaris de handel in aandelen Via Net had vrijgegeven) erop mochten rekenen dat zo spoedig mogelijk een koers tot stand zou komen waartegen kon worden gehandeld, en b) de bank als sponsor (of listing agent) ook dat belang moest betrekken bij haar besluitvorming ten aanzien van de vraag wat te doen met de free retention. Het hof heeft daarmee niet, zoals het onderdeel tot uitgangspunt neemt, geoordeeld dat de bank als stabilisator is opgetreden. Het hof…

Verder lezen
Terug naar overzicht