Sign. - Dwangsom al verbeurd


Verzoekster heeft zich tot de voorzieningenrechter gewend na afloop van de in de last opgenomen begunstigingstermijn en voorts nadat de gehele dwangsom is verbeurd. Op grond van eerdere rechtspraak kan een voorziening niet strekken tot schorsing van de last als zodanig in een geval waarin de dwangsom reeds van rechtswege was verbeurd ten tijde van de indiening van het verzoek om voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter onderschrijft deze rechtspraak. Omdat het verzoek mede betrekking heeft op het besluit tot openbaarmaking en de verbeurte van dwangsommen nog niet heeft geleid tot de uitvoering van die beslissing, kan verzoekster met haar verzoek wel bereiken dat de voorzieningenrechter een voorlopig oordeel velt over de vraag of de AfM over mag gaan tot openbaarmaking van de last. In dat verband kan door verzoekster de redelijkheid van de geboden begunstigingstermijn aan de orde worden gesteld. Die termijn maakt immers onlosmakelijk deel uit van de last onder dwangsom die wordt gepubliceerd, terwijl de verbeurte van een of meer dwangsommen een voorwaarde zijn voor het ontstaan van de bevoegdheid tot openbaarmaking van de last. Hier voegt de voorzieningenrechter aan toe dat een eventuele schorsing van de beslissing tot publicatie van de last slechts een voorlopige maatregel behelst. Een begunstigingstermijn van vier weken is in casu te kort om (geheel) aan de last te voldoen. De voorzieningenrechter schorst het bestreden besluit, voor zover het ziet op de openbaarmaking van de last en wijst het verzoek voor het overige af.
(Vrzngr. Rb. Rotterdam 4 december 2012, «JOR» 2013/15, m.nt. mr. S.M.C. Luyten)

Verder lezen
Terug naar overzicht