Sign. - Dwangsom verbeurd voor te laat afgeven aandeelhoudersregister (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 1 augustus 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:6606 (publicatiedatum 2 augustus 2017))


Geïntimeerde heeft conservatoire derdenbeslagen laten leggen onder een zevental banken en op de aandelen van appellant in MPB Group B.V. Uit het proces-verbaal van beslaglegging op de aandelen volgt dat de deurwaarder tijdens de beslaglegging het register van aandeelhouders niet op het kantoor van MPB Group heeft aangetroffen en dat de deurwaarder de vennootschap heeft gesommeerd om binnen 24 uur dit register aan hem ter beschikking te stellen, zodat kan worden voldaan aan het vereiste van artikel 715 jo 474 lid 4 Rv. Appellant is vervolgens veroordeeld tot afgifte van het aandeelhoudersregister, op straffe van een dwangsom.

De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat appellant niet tijdig heeft voldaan aan de veroordeling betreffende de afgifte van het aandeelhoudersregister. Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is appellant terzake van die veroordeling een bedrag van € 30.000,- aan dwangsommen verschuldigd.

In het onderhavige hoger beroep is onder meer de vraag aan de orde of appellant een dwangsom heeft verbeurd voor het niet (tijdig) afgeven van het aandeelhoudersregister.

In aanvulling op hetgeen de voorzieningenrechter heeft overwogen, neemt het hof in aanmerking dat bij het antwoord op de vraag of appellant heeft voldaan aan de dwangsomveroordeling doel en strekking van de veroordeling tot richtsnoer moeten worden genomen, aldus dat de veroordeling niet verder strekt dan tot het bereiken van het daarmee beoogde doel (vgl. Hoge Raad 20 mei 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1367). Van appellant mag daarbij verwacht worden dat hij de inspanning en zorgvuldigheid betracht die redelijkerwijs nodig is om aan de veroordeling te kunnen voldoen.

Uit het tussen partijen gewezen arrest van 27 oktober 2015 volgt dat het doel van…

Verder lezen
Terug naar overzicht