Sign. - Echtelijke verhouding leidt niet automatisch tot frustratie verhaalsmogelijkheid


X sluit een intentieovereenkomst met Lexin voor een investering van € 5.000.000. Deze investering wordt gedaan onder de voor-waarde dat bij Lexin een boekenonderzoek naar tevredenheid van X zal zijn verricht. X maakt op 6 maart 2009 een voorschot van € 250.000 over aan Lexin. Op 13 maart 2009 bericht X echter dat hij afziet van de investering, omdat het boekenonderzoek niet de gewenste resultaten geeft. X vraagt zijn geld terug. Lexin geeft nul op rekest. M is indirect bestuurder van Lexin en echtgenoot van V. Op 16 maart 2009 doet Lexin een overboeking van € 120.000 naar V. Enige tijd later wordt Lexin failliet verklaard. Door de overboeking van Lexin naar V is de verhaalsmogelijkheid van X gefrustreerd. De rechtbank veroordeelt M en V hoofdelijk tot betaling aan X van een bedrag van € 120.000. Ten aanzien van V heeft de rechtbank geoordeeld dat, door toe te staan dat dit bedrag op haar rekening werd gestort, V heeft meegewerkt aan het onrechtmatig handelen van M. Ook indien V op geen enkele wijze was betrokken bij de onderneming van M en al haar financiële transacties aan M overliet, heeft zij het mogelijk gemaakt dat M onrechtmatig heeft gehandeld, aldus de rechtbank. V gaat in hoger beroep.
Het enkele feit dat V kennelijk heeft toegelaten dat M over haar bankrekening kon beschikken, waardoor M oneigenlijk gebruik van deze rekening heeft kunnen maken, is volgens het hof onvoldoende om aan te nemen dat V daardoor onrechtmatig jegens X heeft gehandeld. Vaststaat immers dat V niet betrokken is geweest bij de totstandkoming van de…

Terug naar overzicht