Sign. - Economische gerechtigdheid


Art. 2:346 lid 1 aanhef en onder b BW bepaalt dat een enquêteverzoek ten aanzien van een bv met een geplaatst kapitaal van maximaal € 22,5 miljoen kan worden ingediend door een of meer houders van aandelen of certificaten van aandelen, die tenminste 10% van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen. Erfgename Scholte houdt noch aandelen, noch certificaten van aandelen in het kapitaal van Interfisc Holding BV. Scholte c.s. hebben evenwel gesteld, onder verwijzing naar HR 29 maart 2013 («JOR» 2013/166, Chinese Workers), dat de ontvankelijkheid van Scholte is gebaseerd op haar economische gerechtigdheid tot Interfisc. De Hoge raad heeft geoordeeld dat de verschaffer van risicodragend kapitaal die een eigen economisch belang heeft in de vennootschap waarop het verzoek betrekking heeft dat in zoverre op één lijn kan worden gesteld met het belang van een aandeelhouder of certificaathouder, voor de toepassing van art. 2:346 BW moet worden gelijkgesteld met aandeelhouders of certificaathouders. In de omstandigheden van het geval, zo blijkt uit die beschikking, was bedoelde gelijkstelling te rechtvaardigen. Vraag is of zich omstandigheden voordoen die meebrengen dat Scholte moet worden aangemerkt als economisch gerechtigde in Interfisc, in die zin dat zij als verschaffer van risicodragend kapitaal een eigen economisch belang in Interfisc heeft dat op één lijn kan worden gesteld met het belang van een aandeelhouder of certificaathouder. Scholte c.s. hebben daartoe onvoldoende omstandigheden gesteld en toegelicht. Scholte is enig erfgenaam van Mahieu senior (oprichter van Interfisc) naar het recht van Curaçao. Wie precies gerechtigd is tot de certificaten van de aandelen in Interfisc is echter onvoldoende toegelicht. …

Verder lezen
Terug naar overzicht