Sign. - Is een in Duitsland gedane erkenning van een in Duitsland wonende minderjarige in Nederland ‘geldig’?


De man heeft de rechtbank verzocht:
1. vast te stellen dat aannemelijk is dat tussen hem en de moeder een band heeft bestaan die in voldoende mate met een huwelijk op één lijn valt te stellen, zodat de Duitse erkenning in Nederland geldig is en geregistreerd kan worden;
2. vast te stellen dat er tussen hem en de minderjarige een nauwe persoonlijke betrekking heeft bestaan, zodat de Duitse erkenning in Nederland geldig is en geregistreerd kan worden;
3. voor recht te verklaren dat de minderjarige de Nederlandse nationaliteit heeft.
De rechtbank heeft alle verzoeken van de man afgewezen, overwegende dat tussen de man en de moeder geen band heeft bestaan die in voldoende mate op één lijn valt te stellen met een huwelijk. Het feit dat de man in [land] met een andere vrouw is gehuwd, speelde bij die conclusie een grote rol. Bovendien, zo oordeelde de rechtbank, heeft de man onvoldoende aangetoond dat tussen hem en de minderjarige sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking. De man gaat daarop in hoger beroep.
Het hof overweegt, onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 28 april 2006 (LJN AU9237), dat het enkele feit dat de rechterlijke vaststelling niet aan de erkenning in Duitsland is voorafgegaan, niet in de weg hoeft te staan aan de conclusie dat de erkenning rechtsgeldig heeft plaatsgevonden. Dat de man gehuwd is met een andere vrouw, brengt volgens het hof niet zonder meer met zich mee dat tussen hem en de moeder geen band kan hebben bestaan die in voldoende mate met een huwelijk op één lijn valt te stellen. De overige feiten…

Terug naar overzicht