Sign. - Einde faillissement


Art. 193 lid 1 Fw bepaalt dat het faillissement eindigt door het verbindend worden van de slotuitdelingslijst. De slotuitdelingslijst wordt verbindend nadat deze door de rechter-commissaris goedgekeurd ter inzage is gelegd ter griffie van de rechtbank en de verzettermijn van tien dagen verstreken zonder dat verzet is gedaan. De omstandigheid dat dit anders is gepubliceerd in het Centraal insolventieregister maakt het voorgaande niet anders: de Faillissementswet bepaalt limitatief op welke manieren een faillissement kan eindigen en de bewuste publicatie valt daar niet onder. Voor beantwoording van de vraag of het faillissement van failliet op 7 mei 2009 is geëindigd, moet worden beoordeeld of op 7 mei 2009 een slotuitdelingslijst verbindend is geworden. Nu de beschikking van de Rechtbank 's-Gravenhage van 3 april 2009 het expliciet heeft over een tussentijdse uitdelingslijst op basis waarvan uitdeling wordt bevolen, staat vast dat op 27 april 2009 een tussentijdse uitdelingslijst ter inzage is gelegd die op 7 mei 2009 verbindend is geworden. Daarmee staat eveneens vast dat er geen slotuitdelingslijst verbindend is geworden. Failliet verkeert dus nog steeds in staat van faillissement en de curator is in functie. Het beroep van eiseres op de juistheid en volledigheid van het handelsregister kan niet slagen. klaarblijkelijk doet eiseres daarmee een beroep op de bescherming van art. 2:6 lid 3 BW. Art. 2:6 lid 5 BW bepaalt echter dat deze bescherming niet opgaat voor rechterlijke uitspraken die in het faillissementregister zijn ingeschreven. De strekking van deze bepaling is dat de curator te allen tijde een beroep moet kunnen doen op de staat van faillissement, wat daarover ook is gepubliceerd. (Rb. Rotterdam 22 december 2010…

Verder lezen
Terug naar overzicht