Sign. - Enquête coöperatie


Ontvankelijkheid Stichting Verzoekster voldoet aan de vereisten van art. 3:305a BW en is in zoverre bevoegd namens degenen wier belangen zij behartigt op te treden. De Ondernemingskamer houdt het er verder voor dat de Stichting in deze zaak ten minste 10% van de leden van agrico vertegenwoordigt. Totstandkoming besluit tot afstoting van activiteiten van de coöperatie Bij een grote coöperatie met een inrichting zoals die eind 2008 is gekozen (en waarbij de ledenraadvergadering statutair als hoogste vertegenwoordigend orgaan van de leden is ingesteld), is het aan het bestuur/de leiding van de onderneming om het (strategische) bedrijfsbeleid te vormen en uit te voeren of te doen uitvoeren. Daarbij moeten van tijd tot tijd keuzes worden gemaakt en het bestuur legt over het een en ander verantwoording aan de leden af in de ledenraadvergadering. De omstandigheid dat (een) bepaalde (groep) leden zich niet in dat beleid en/of de daarbij gemaakte keuzes van het bestuur kunnen vinden, levert niet als zodanig een gegronde reden op om aan de juistheid van het beleid of de gang van zaken in de onderneming te twijfelen. Het is evenzeer aan het bestuur/de leiding om de zich in dit verband voordoende risico's te inventariseren, deze te wegen en te beoordelen en zo nodig in verband daarmee maatregelen te treffen. Bij dit alles geniet het bestuur/ de leiding een grote mate van vrijheid; pas indien sprake is van een zodanig handelen dat geen redelijk handelend ondernemer in dezelfde omstandigheden aldus zou hebben gehandeld, is sprake van handelen dat in strijd komt met elementaire beginselen van verantwoord ondernemerschap. De wijze waarop het besluit…

Verder lezen
Terug naar overzicht