Sign. - Enquêteverzoek OM


 

De verweersters in deze procedure zijn onderworpen aan de voor nv's geldende regels van Boek 2 BW (CUR). Nu het gaat om vennootschappen waarvan de aandelen in handen zijn van het land Curaçao en vóór 10 oktober 2010 in handen waren van het Eilandgebied Curaçao – rechtstreeks of door tussenkomst (van StIP) – spelen hierbij ook een rol de Eilandsverordening Corporate governance van 12 oktober 2009 en het daarop gebaseerde Eilandsbesluit Code Corporate governance Curaçao van 28 oktober 2009. In een geval als het onderhavige, waarin de in aanmerking komende bevoegdheden telkens zijn verdeeld over drie organen (het bestuur, de rvc en de algemene vergadering) betekent dit onder andere dat die organen de grenzen van hun bevoegdheid nauwkeurig in het oog moeten houden en ieder voor zich de andere organen de gelegenheid moet geven hun bevoegdheden overeenkomstig de daaraan verbonden rechten en verplichtingen uit te oefenen, een en ander met inachtneming van art. 2:7 BW. Het enkele feit dat de enige aandeelhouder een publiekrechtelijke rechtspersoon is – thans het land Curaçao – maakt dit niet anders. Wel kan zich in dit verband, zoals bij iedere aandeelhouder, een belangenconflict voordoen. Zoals in alle gevallen van tegenstrijdig belang tussen de vennootschap en een orgaan of functionaris van die vennootschap moet hier als hoofdregel gelden dat de (vertegenwoordiger van de) enig aandeelhouder zich in een dergelijk geval bij de besluitvorming binnen de vennootschap terughoudend opstelt en dat hij pogingen aanwendt om de tegengestelde belangen zo goed als mogelijk is te verenigen. Voor zover daaraan in een gegeven geval niet is voldaan, kan dit mede bijdragen tot het oordeel dat er gegronde redenen zijn om…

Verder lezen
Terug naar overzicht