Sign. - Erkenning


Het verzoek van de man tot vernietiging van erkenning door een ander dan de biologische vader is niet-ontvankelijk: er bestond voor de man een rechtsingang die hij ongebruikt heeft gelaten. Ook het verzoek tot omgang leidt tot niet-ontvankelijkheid, zo concludeert het hof. Uit artikel 1:377a BW blijkt dat een kind recht heeft op omgang met zijn ouders en met degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat. De man is geen (juridisch) ouder van de minderjarige en heeft haar naar eigen zeggen slechts twee keer gezien. Daaruit kan geen nauwe persoonlijke betrekking tot de minderjarige worden afgeleid. Nu er geen sprake is van juridisch ouderschap noch van een nauwe persoonlijke betrekking tussen de man en de minderjarige, bestaat er geen recht op omgang. De rechtbank heeft de man dan ook op juiste gronden niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling.

(Gerechtshof 's-Gravenhage 26 oktober 2011, LJN BU6052)

Verder lezen
Terug naar overzicht