Sign. - Executoriaal beslag op transportmiddelen


In de onderhavige kwestie is de vraag aan de orde of een beslaglegger onrechtmatig jegens een pandhouder (de Ontvanger) heeft gehandeld door voertuigen te verkopen zonder daarbij de art. 463 tot en met 466 Rv in acht te nemen en/of door bij die verkoop geen deurwaarder te betrekken. Er is echter sprake van zodanige eigen schuld aan de zijde van de Ontvanger dat de schade volledig voor zijn rekening moet blijven. Het pandrecht was gevestigd ter verzekering van vorderingen op A. Op 25 juli 2008 is in kort geding geoordeeld dat de Ontvanger mag overgaan tot executie van zijn pandrecht omdat A inmiddels failliet is verklaard. Het had op de weg van de Ontvanger gelegen om zijn rechten zo spoedig mogelijk veilig te stellen. De Ontvanger heeft echter gedurende bijna een jaar niets ondernomen. Door na het faillissement van A en het kort gedingvonnis niet zo spoedig mogelijk maatregelen te nemen om zijn rechten veilig te stellen, heeft de Ontvanger onvoldoende zorg gedragen voor de instandhouding van zijn rechten. Voor zover hij de curator in het faillissement van A heeft ingeschakeld ter behartiging van zijn belangen, heeft hij hiermee niet mogen volstaan. De Ontvanger was immers als pandhouder bevoegd om, zodra A in verzuim raakte met de voldoening van hetgeen waarvoor het pand tot waarborg strekte, de verpande transportmiddelen zonder executoriale titel te verkopen en zich op de opbrengst te verhalen, buiten het faillissement van A om. De vermeende schade van de Ontvanger is aldus (mede) een gevolg van een omstandigheid die aan hem kan worden toegerekend in de zin van art. 6:101 lid 1 BW. indien hij tijdig in…

Verder lezen
Terug naar overzicht