Sign. - Faillietverklaring en hoger beroep


Rechtsvorderingen die rechten of verplichtingen die tot de failliete boedel behoren tot onderwerp hebben, worden zowel door als tegen de curator ingesteld (art. 25 lid 1 fw). In het onderhavige geval is sprake van een tot de boedel behorend recht, maar is art. 25 lid 1 fw niet van toepassing nu dit artikel ziet op de situatie dat degene die op dat moment reeds failliet is, een rechtsvordering instelt. failliet is echter pas tijdens de procedure in eerste aanleg failliet verklaard. Dat inmiddels sprake is van een procedure in hoger beroep maakt dit niet anders. De rechtsvordering was immers al ingesteld (HR 18 november 1983, NJ 1984, 256). Voor beantwoording van de vraag welke gevolgen het faillissement heeft voor het instellen van hoger beroep en de verdere procedure, moet art. 27 fw analoog worden toegepast. Op grond van art. 27 lid 1 fw wordt het geding ten verzoeke van de (oorspronkelijk) gedaagde geschorst, om deze de gelegenheid te geven binnen een door de rechter te bepalen termijn de curator op te roepen tot overneming van het geding. Er is dan ook geen aanleiding om failliet niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep. (Hof 's-Hertogenbosch 29 november 2011, LJN BU6519, «JOR» 2012/32)

Verder lezen
Terug naar overzicht