Sign. - Faillissement DSB, en/of-rekening


Eiseres heeft bij DSB drie rekeningen geopend: een rekening op naam van eiseres en twee rekeningen op naam van eiseres en/of C. Op 12 oktober 2009 bedroeg het saldo op de rekening van eiseres € 8.502, 98 en bedroeg het saldo op de en/of-rekeningen in totaal € 141.662,95. Nadat op 12 oktober 2009 op DSB de noodregeling van toepassing was verklaard en DSB op 19 oktober 2009 failliet was verklaard, heeft DNB op 19 oktober 2009 het depositogarantiestelsel als bedoeld in art. 3:260 van de Wft voor DSB in werking gesteld. Eiseres en C hebben ieder op 17 december 2009 bij DNB een aanvraag ingediend voor een vergoeding op grond van het depositogarantiestelsel. DNB heeft vervolgens aan eiseres een vergoeding toegekend van € 79.334,46 en aan C een vergoeding van € 100.000. Eiseres vindt dat de aan haar toegekende vergoeding € 100.000 zou moeten bedragen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft DNB op juiste wijze toepassing gegeven aan art. 26 lid 4 en lid 5 van het Besluit bijzondere prudentiële maatregelen, beleggerscompensatie en depositogarantie Wft (Bbpm). Niet gebleken is immers van een contractuele bepaling op grond waarvan ingevolge lid 5 in dit geval een uitzondering op de hoofdregel moest worden gemaakt, dat ieder bij een rekening op beider naam een vergoeding ontvangt ter grootte van een evenredig deel van het saldo. Voor het betoog van eiseres dat de beide rekeninghouders van een en/of-rekening slechts in beginsel een vergoeding van de helft ontvangen en dat een andere door hen zelf aan te geven…

Verder lezen
Terug naar overzicht