Sign. - Faillissement en opvolgend werkgeverschap


 

In het Boekenvoordeel-arrest (HR 14 juli 2006, « JutD 2013, nr. 17, p. 12, mr. drs. E. Hennis) » 2006/190) heeft de Hoge Raad uitgewezen dat het bepaalde in art. 7:668a lid 2 BW ook geldt in het geval van de voortzetting van de onderneming na faillissement (dus bij een doorstart). Daar waar na het Boekenvoordeel-arrest nog als uitgangspunt gold dat iedere doorstarter als opvolger van de gefailleerde werkgever moest worden beschouwd, lijkt dit uitgangspunt in het arrest van de Hoge Raad van 11 mei 2012 (Van tuinen/Wolters, «JOR» 2012/278) te zijn genuanceerd. De Hoge Raad heeft bepaald dat er sprake is van opvolgend werkgeverschap in de zin van art. 7:668a lid 2 BW indien: (i) de nieuwe arbeidsovereenkomst dezelfde vaardigheden en verantwoordelijkheden eist als de oude en (ii) dusdanige banden bestaan tussen de oude en de nieuwe werkgever dat het door de oude werkgever verkregen inzicht in de hoedanigheid en de geschiktheid van de werknemer ook moet worden toegerekend aan de nieuwe werkgever. De schrijver behandelt aan de hand van een drietal recente uitspraken het tweede criterium.

 

(JutD 2013, nr. 18, p. 11, mr. F.F.A. Smetsers)

 

Verder lezen
Terug naar overzicht