Sign. - Faillissement ontbonden vennootschap


Volgens vaste jurisprudentie is het oordeel van het bestuur van een ontbonden rechtspersoon dat een rechtspersoon geen baten meer heeft en is opgehouden te bestaan, vatbaar voor toetsing door de rechter indien een schuldeiser, stellende dat de rechtspersoon nog baten heeft, het faillissement aanvraagt. De rechter dient dan niet alleen te beoordelen of aan de vereisten voor faillietverklaring is voldaan, maar moet ook de vraag beantwoorden of summierlijk is gebleken dat er nog baten zijn. Is aan bedoelde voorwaarden voldaan en wordt deze vraag bevestigend beantwoord, dan moet het faillissement worden uitgesproken en moet de rechtspersoon geacht worden ter afwikkeling van het faillissement te zijn blijven bestaan (HR 27 januari 1995, NJ 1995, 579). In het onderhavige geval moet worden vastgesteld dat summierlijk is gebleken van het vorderingsrecht van LAB en uit het feit dat verweerster per november 2008 is ontbonden, volgt evident dat verweerster in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen. Aan de ('normale') vereisten voor faillietverklaring is dus voldaan. Verder is summierlijk gebleken van feiten en omstandigheden die voldoende aannemelijk maken dat er nog baten zijn. Namens de curator is aangevoerd dat de bestuurder van verweerster onbehoorlijk heeft bestuurd, dan wel onrechtmatig heeft gehandeld jegens verweerster door niet door zekerheden gedekte leningen te verstrekken aan dochtervennootschappen, terwijl op dat moment duidelijk zou (moeten) zijn dat deze dochtervennootschappen die leningen nooit zouden (kunnen) gaan terugbetalen, omdat de activiteiten van de dochtervennootschappen reeds stil lagen. Voorts is namens de curator aangevoerd dat bij gebreke van jaarstukken of een (recente) balans bij het ontbindingsbesluit van verweerster geen enkele duidelijkheid bestaat over de omvang van de schulden…

Verder lezen
Terug naar overzicht