Sign. - Feitelijk leidinggevende bankbedrijf zonder vergunning


DNB heeft verzoeker een bestuurlijk boete opgelegd van € 150.000 voor het feitelijk leidinggeven aan de overtreding van art. 2:11 lid 1 Wft door de Stichting. Tegen dit besluit heeft verzoeker bezwaar gemaakt. Verder heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht bij wijze van voorlopige voorziening het bestreden besluit te schorsen voor zover dit ziet op het vroegtijdig openbaar maken van de boeteoplegging. Onder de term kredietuitzetting wordt gelet op de parlementaire geschiedenis verstaan het verstrekken van nominaal opvorderbare gelden aan een ander, met het doel daardoor voor de geldgever of voor aan hem gerelateerde partijen op geld waardeerbare voordelen te verkrijgen. Door aan te sluiten bij het begrip onderneming legt verzoeker het bestanddeel "aan een ander" in het begrip "bank" van art. 1:1 Wft te beperkt uit. met dit bestanddeel wordt juist bedoeld dat indien kredietuitzettingen worden gedaan aan een andere entiteit (rechtspersoon of natuurlijk persoon), aan dit bestanddeel is voldaan. Het is dus niet relevant of verschillende entiteiten al dan niet als één onderneming kunnen worden gezien. Waar het verbod zonder vergunning het bankbedrijf uit te oefenen is bedoeld ter bescherming van consumenten, moet worden vermeden dat door juridische constructies de beschermingsregels zouden kunnen worden omzeild. Ook als wordt gekeken naar de feitelijke verhouding tussen de Stichting en Opera living is de voorzieningenrechter van oordeel dat de verwevenheid van beide entiteiten niet zodanig is dat geen sprake zou zijn van kredietuitzetting aan een ander. Onder het bestanddeel "voor eigen rekening" wordt gelet op de parlementaire geschiedenis verstaan dat de onderneming zelf het financiële risico loopt van zijn kredietuitzettingen, of daarvoor een winstof verliesgerelateerde vergoeding ontvangt. De…

Verder lezen
Terug naar overzicht