Sign. - Feitelijk (mede)bestuurder


i. Was gedaagde feitelijk (mede)bestuurder ex art. 2:248 lid 7 BW? Besturen veronderstelt een positie van onafhankelijkheid en beslissingsvrijheid. Gedaagde (die niet statutair bestuurder was) sloot op 1 september 2007 als (kort gezegd) algemeen directeur een arbeidsovereenkomst met Easy life Investments BV. Het wezen daarvan is nu juist de ondergeschiktheid aan het gezag van de werkgever. Het overdragen of overlaten van het bestuur kan niet worden afgeleid uit het enkele sluiten van de arbeidsovereenkomst. Daar komt nog bij dat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor de duur van zes maanden werd aangegaan. Ook dat duidt niet op het verstrekken van een positie van onafhankelijkheid, maar juist op een positie van ondergeschiktheid. Uit de gang van zaken blijkt dat de statutair bestuurder wel degelijk een leidende rol had en de uiteindelijke beslissingen nam. Statutair bestuurder X heeft gedaagde niet als feitelijk bestuurder gedoogd. Het is lastig vast te stellen waar de situatie waarin de bestuurder het beleid laat uitvoeren door een ondergeschikte, die daarbij een zekere vrijheid krijgt, verandert in de situatie waarin de formele bestuurder in nevenschikking gedoogt dat de aanvankelijk ondergeschikte het beleid (mede) gaat bepalen, als ware hij (ook) bestuurder. Dat hangt af van de specifieke omstandigheden van het geval. De curatoren hebben de rechtbank er niet van weten te overtuigen dat die veranderde situatie hier ook aan de orde is geweest. ii. Handelde gedaagde onrechtmatig jegens zijn werkgever, althans de gezamenlijke crediteuren? De curatoren hebben kennelijk voor ogen dat zij namens de gezamenlijke crediteuren kunnen optreden tegen een werknemer van een vennootschap, die zelfstandig onrechtmatig heeft gehandeld…

Verder lezen
Terug naar overzicht