Sign. - Fiduciaverbod


Een rechtshandeling die ten doel heeft een goed over te dragen tot zekerheid of die de strekking mist het goed na de overdracht in het vermogen van de verkrijger te doen vallen, vormt geen geldige titel is voor de overdracht van dat goed (art. 3:84 lid 3 BW). De verklaringen van gedaagde en C kunnen bezwaarlijk anders worden verstaan dan dat gedaagde en C met de overdracht van de opleggers een vorm van zekerheidstelling hebben bedoeld. Dit oordeel wordt in het bijzonder gebaseerd op de zinsnede in de verklaring van gedaagde: "Als ze niet zouden betalen zou ik de eigenaar zijn van de koelopleggers, daarom heb ik de overschrijvingsbewijzen gekregen". Deze frase in samenhang met de overige tekst van de verklaring van gedaagde sub 1 en de verklaring van C leidt tot het oordeel dat sprake was van een vorm van zekerheidstelling en dat dit ook de bedoeling van partijen is geweest. (Rb. Zwolle-Lelystad 6 juli 2011, LJN BR2888, «JOR» 2012/88)

Verder lezen
Terug naar overzicht