Sign. - Financiële steunverlening


Aan het hof ligt de vraag voor of Sansto BV als bestuurder van Magista BV haar taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en of aannemelijk is dat die onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is geweest van het faillissement van Magista. Om deze vraag te kunnen beantwoorden gaat het hof allereerst in op de vraag of het Magista, gelet op art. 2:207c lid 2 BW, was toegestaan een lening van € 500.000 aan Sansto te verstrekken voor de koop van de aandelen Magista van Whittan. Op grond van art. 2:207c lid 2 BW (oud)
mag een vennootschap met het oog op het verkrijgen van aandelen in haar kapitaal slechts leningen aan derden verstrekken tot ten hoogste het bedrag van de uitkeerbare reserves en voor zover de statuten dit toestaan. De statuten van Magista staan niet aan een dergelijke lening in de weg. Partijen twisten over de vraag of ten tijde van het verstrekken van de lening de uitkeerbare reserves van Magista een lening van € 500.000 toestonden. Ten tijde van de verkrijging van aandelen door Sansto was er in het geheel geen vrij uitkeerbare reserve ter beschikking, zodat het Magista niet was toegestaan een lening van € 500.000 te verstrekken aan Sansto, ter verkrijging door Sansto van de aandelen Magista. Het handelen van Sansto en in het verlengde daarvan van Sanders (als enig aandeelhouder en bestuurder van Sansto)
vormt onbehoorlijk bestuur. Door met Magista een lening te sluiten van € 500.000 ten behoeve van de aankoop van de aandelen Magista heeft Sansto bewust gehandeld in strijd met art. 2:207c lid 2 BW. Door het…

Verder lezen
Terug naar overzicht