Sign. - Fiscaal gefaciliteerde aandelenfusie mogelijk met een coöperatie?


Een Nederlandse BV (BV 1) was lid van een coöperatie (Coöp) en bezat daarnaast aandelen in BV 2. In 2007 hebben BV 1 en de andere aandeelhouders van BV 2 hun aandelen in BV 2 overgedragen aan Coöp tegen bijschrijving op de ledenrekening van Coöp. In geschil is of deze inbreng van aandelen tegen bijschrijving op de ledenrekening van Coöp kwalificeert als een zogenoemde aandelenfusie in de zin van de aandelenfusiefaciliteit als bedoeld in art. 3.55 lid 2, onderdeel a Wet IB 2001. Op grond van deze faciliteit blijft de vervreemdingswinst op de ingebrachte aandelen – onder voorwaarden – onbelast, en wordt de latente belastingclaim op de ingebrachte aandelen doorgeschoven naar de uitgereikte aandelen. De Hoge Raad heeft in navolging van Rechtbank Haarlem beslist dat de begrippen "vennootschap" en "aandelen" in art. 3.55 lid 2, letter a Wet IB 2001 moeten worden geïnterpreteerd in overeenstemming met de (uitleg van de) overeenkomstige begrippen in de fusierichtlijn nr. 2005/19/Eg. Dat betekent dat ook een coöperatie als een vennootschap in de zin van die bepaling moet worden beschouwd en dat voor "aandelen" kan worden gelezen "bewijzen van deelgerechtigdheid in het maatschappelijk kapitaal". Echter, de wettelijke bepalingen die gelden voor een coöperatie naar Nederlands recht, houden niet in dat deze rechtspersoon uit hoofde van zijn wettelijke structuur een in aandelen of soortgelijke deelgerechtigdheden verdeeld kapitaal heeft. Indien deze rechtspersoon, bij gebreke van een daartoe strekkende andersluidende eigen statutaire regeling, niet een op die wijze verdeeld kapitaal heeft, kan van de uitgifte van bewijzen van deelgerechtigdheid als bedoeld in de fusierichtlijn…

Verder lezen
Terug naar overzicht