Sign. - Fiscale herkwalificatie van eigen in vreemd vermogen?


De auteurs gaan in op de vraag onder welke omstandigheden eigen vermogen fiscaal als vreemd vermogen kan worden gekwalificeerd. Deze vraag is recent actueel geworden na een conclusie van Ag Wattel in een zaak over de kwalificatie van Australische redeemable preference shares. Allereerst gaan de auteurs in op de "Australian shareszaak", de uitspraken van de rechtbank Haarlem en het Hof Amsterdam, en de conclusie van de Ag. Vervolgens gaan de auteurs in op de fiscale herkwalificatie van eigen vermogen in vreemd vermogen. Daarbij noemen zij zowel de door Ag Wattel aangehaalde coöperatiezaak als de leerstukken van zelfstandige fiscaalrechtelijke kwalificatie en schijn en wezen als argumenten vóór herkwalificatie. Hierna bespreken de auteurs de criteria op grond waarvan eigen vermogen fiscaal als vreemd vermogen dient te gelden. Zij menen dat de rol die de Ag voor het buitenlandse privaatrecht ziet weggelegd, groter is dan de huidige rol van het buitenlandse privaatrecht in het Nederlandse belastingrecht. Vervolgens concluderen zij dat de belastingplichtige een onevenredig diepgaande analyse moet maken, wil hij kunnen beoordelen wanneer de verstrekking van eigen vermogen fiscaal als de verstrekking van vreemd vermogen wordt gekwalificeerd. Zij stellen daarom voor dat de Hoge raad heldere, cumulatieve criteria voorschrijft zoals hij in het falconsarrest heeft gedaan. Als alternatief suggereren zij de aansluiting bij IfrSmaatstaven, mede omdat IfrS een toenemende invloed heeft op het Nederlandse belastingrecht. Ten slotte besteden de auteurs aandacht aan de gevolgen van herkwalificatie van eigen in vreemd vermogen, waaronder het niet langer van toepassing zijn van de deelnemingsvrijstelling. (WFR 2013/7001, G.J. Hesselberth en J. Grabarz)

Verder lezen
Terug naar overzicht