Sign. - Gedwongen opname in verband met kinderwens en artikel 8 EVRM


De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging voortgezet verblijf (ex artikel 15 Wet Bopz) te verlenen ten aanzien van V, zulks naar aanleiding van de door V geuite kinderwens. V is gestoord in haar geestesvermogens. De vraag is of deze stoornis een gevaar voor haar oplevert en of dit gevaar niet op een andere manier dan door opname in een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend.
Bij het verzoek van de OvJ is een geneeskundige verklaring overgelegd, waaruit blijkt dat V bekend is met een inmiddels langdurig psychotisch toestandsbeeld dat verergerd wordt door cannabisgebruik. V weigert behandeling met medicatie, omdat zij een kinderwens heeft. Zij is zich niet bewust van haar ziekte, hetgeen verslechtering van haar toestand in de hand kan werken. Door haar verminderde kritiek- en oordeelsvermogen, bestaat het gevaar dat V zichzelf niet kan verzorgen en dat haar psychotische belevingen zonder medicatie zullen toenemen. V beseft de gevolgen van een eventuele zwangerschap niet. Daarnaast is het nog maar de vraag of zij voor zichzelf en het kind kan zorgen.
Volgens V gaat het al geruime tijd goed met haar. Voorafgaand aan haar opname in de psychiatrische instelling woonde zij bij haar vriend en diens moeder. V is, vanwege haar kinderwens, gestopt met haar medicamenten en gebruikt nog slechts sporadisch cannabis. De moeder van haar vriend heeft aangegeven dat zij een goede band met V heeft en dat zij haar wil bijstaan, ook met kind.
De rechtbank stelt vast dat V op adequate wijze vorm heeft gegeven aan haar leven. Het stoppen met de medicijnen staat in direct verband met haar kinderwens. De rechtbank overweegt dat V…

Verder lezen
Terug naar overzicht