Sign. - Geen boedelschuld


In het arrest HR 18 juni 2004 («JOR» 2004/221 (Circle Plastics)) is geoordeeld dat de ontruimingsverplichting die is ontstaan door de opzegging van de huurovereenkomst door de curator, een boedelschuld is. in de casus die tot dat arrest heeft geleid, was het gehuurde niet (volledig) ontruimd. in het onderhavige geval staat echter niet alleen vast dat failliet het gehuurde wél tijdig en volledig heeft ontruimd, maar gaat het bovendien om een verplichting tot herstel van schade die is ontstaan in de periode dat failliet huurder was en die al vóór de opzegging van de huurovereenkomst door de curator bestond. De Hoge Raad heeft in genoemd arrest vooropgesteld dat, zoals in zijn arresten van 28 september 1990 (NJ 1991, 305) en van 12 november 1993 (NJ 1994, 229) is geoordeeld, een verplichting die is ontstaan als gevolg van een door de curator ten behoeve van de boedel verrichte rechtshandeling, als boedelschuld wordt aangemerkt en dat dit niet anders wordt doordat de desbetreffende verplichting mede haar grond vindt in een al vóór de faillietverklaring bestaande rechtsverhouding. in het onderhavige geval is de verplichting tot herstel van de schade niet ontstaan als gevolg van de rechtshandeling van de curator. Anders dan in het arrest Van de Meer/Beter Wonen (HR 27 november 1998, NJ 1999, 380) het geval was, is hier geen sprake van een verplichting (tot teruggave in goede staat van het gehuurde) die naar haar aard slechts kan worden nagekomen op het tijdstip dat de huurovereenkomst eindigt. De verplichting van huurder tot herstel van de schade vloeit immers in het onderhavige geval…

Verder lezen
Terug naar overzicht