Sign. - Geen contractuele adviesrelatie


De klachten gaan er terecht van uit dat de omstandigheid dat g in opdracht van r vóór 2005 over financiële kwesties heeft geadviseerd vanuit zijn kantoor, onverlet laat dat hij zélf in mei 2005 bij de totstandkoming van de geldlening jegens r kan hebben gehandeld in strijd met de zorgvuldigheid die in het maatschappelijk verkeer betaamt. Het hof heeft bij de beoordeling van het verweer van g kennelijk beslissend geacht in welke hoedanigheid g met r heeft gesproken over de mogelijkheid het bedrag van € 200.000 te lenen aan Heuvel, en of r dat heeft moeten begrijpen. Uit de vaststelling dat g door r niet als opdrachtnemend bemiddelaar kan worden beschouwd, heeft het hof afgeleid dat de door r gestelde schending van de zorgplicht zich niet heeft voorgedaan. Hierbij heeft het hof in aanmerking genomen dat r uit de gang van zaken tijdens het gesprek met g en uit zijn positie bij Heuvel heeft behoren te begrijpen dat hij niet (meer) als haar adviseur optrad. gelet echter op het feit dat g tot dan toe als adviseur van r was opgetreden en dat r hem juist met het oog op die hoedanigheid, en vanwege het vertrouwen dat zij in hem stelde, had benaderd met het verzoek haar te adviseren over de belegging, rustte op g – die met een en ander bekend was – een zorgplicht r duidelijk te wijzen op de risico's die aan de, pas tijdens het gesprek voorgestelde en toen ook direct in een overeenkomst vastgelegde geldlening aan Heuvel waren verbonden, dan wel haar naar een andere adviseur te verwijzen. Deze zorgplicht bestond ook nog indien, zoals het hof heeft vastgesteld, …

Verder lezen
Terug naar overzicht