Sign. - Geen dwaling omtrent hoogte VUT-regeling, geen uitdrukkelijke toezegging werkgever, onderzoeksplicht werknemer


Werkgever, een paprikakwekerij, heeft werknemer meermalen op de voordelen van het gebruikmaken van de VUT-regeling gewezen. Daarbij heeft de werkgever opgemerkt dat werknemer 87,5% van zijn salaris zou behouden indien gebruik werd gemaakt van deze regeling. De werknemer heeft per 1 augustus 2003 van de VUT-regeling gebruikgemaakt. De uitkering is echter veel lager dan 87,5% van zijn nettosalaris. De werknemer vordert schadevergoeding wegens dwaling. Het hof overweegt dat uitgangspunt is dat een werknemer moet kunnen vertrouwen op hetgeen de werkgever hem in het kader van overleg over het al dan niet gebruikmaken van de VUT-regeling omtrent de hoogte van de VUT-uitkering meedeelt, ook indien ndash zoals in dit geval ndash een ander dan de werkgever die uitkering verstrekt. Echter, in dit geval had de werknemer van de VUT-uitkeringsinstantie een brief ontvangen met daarin de concrete bedragen (bruto en netto) van de uitkering en was er geen reden om aan de juistheid van die informatie te twijfelen. Uit de brief van VUT-uitkeringsinstantie was eenvoudig af te leiden dat zij de VUT-uitkering niet berekende op 87,5% van het laatstgenoten nettosalaris. Immers, een simpele rekensom maakt duidelijk dat het door VUT-uitkeringsinstantie genoemde netto uitkeringsbedrag wezenlijk lager is dan 87,5% van het toen laatstverdiende nettosalaris van werknemer. Het hof is dan ook in de eerste plaats van oordeel, dat werknemer niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet of niet onder gelijke voorwaarden zou hebben ingestemd met het beëindigen van zijn arbeidsovereenkomst per 1 augustus 2003, indien de werkgever hem had geïnformeerd overeenkomstig de…

Verder lezen
Terug naar overzicht