Sign. - Geen faillietverklaring om redenen van openbaar belang


Met "openbaar belang" als bedoeld in art. 1 lid 2 Fw wordt een belang bedoeld dat het belang van de afzonderlijke of gezamenlijke crediteuren overstijgt. Die bedoeling blijkt ook uit de parlementaire geschiedenis van art. 1 Fw. De wetgever beoogd optreden van het openbaar ministerie (OM) mogelijk te maken "in gevallen, waarin dit blijken zou door het publieke belang niet alleen gerechtvaardigd, maar zelfs vereischt te worden." Het OM heeft niet aannemelijk gemaakt dat een (wellicht) sneller resultaat voor de crediteuren een reden van openbaar belang is die faillietverklaring rechtvaardigt. In beginsel belet niets de crediteuren van gerekwestreerde om zelf de faillietverklaring van de vennootschap te verzoeken, dan wel andere maatregelen te nemen tot zekerstelling van de voldoening van hun vordering. Gelet op de positie van die crediteuren (Europese Commissie, Belastingdienst) in het rechtsverkeer zijn zij goed in staat om dergelijke keuzes te maken. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, is niet duidelijk waarom het openbaar belang het ingrijpen van het OM in deze particuliere keuze zou rechtvaardigen of zelfs vereisen. Zonder nadere onderbouwing is niet duidelijk hoe de omstandigheid dat de bestuurder van gerekwestreerde sinds 2009 geen vaste woonof verblijfplaats meer heeft in Nederland en dat zijn buitenlandse verblijfplaats voor het OM onduidelijk is, leidt tot de conclusie dat het openbaar belang is gediend bij de faillietverklaring van gerekwestreerde. Dat gerekwestreerde wederrechtelijk heeft gehandeld staat nog niet vast. Van een dringende reden om deze vennootschap nu door middel van een faillissement de deelname aan het maatschappelijk verkeer te beletten, is dan ook niet gebleken. (Rb. Utrecht 11 september 2012, ECLI:NL:RBUTR…

Verder lezen
Terug naar overzicht